© Charovayka 2011
4 november 2011 Peter Smeets
Een stukje geschiedenis.
De Zwarte Russische Terriër is een van de nieuwere rashonden in de wereld.
Het Sovjet-Russische Ministerie van Landbouw erkende de Tchiorny Terriër in
1981 als nieuw Russisch ras. In 1984 volgde de erkenning van de FCI
( Federation Cynologique International). Sindsdien maakt deze geweldige hond
steeds meer vrienden over de gehele wereld. Tijdens de Tweede Wereldoorlog
ontstond bij het Rode Leger een groeiende behoefte aan honden, welke geschikt
waren voor legerdoeleinden. Tijdens de Grote Revolutie in 1917 waren bijna alle
Russische kennels in handen van de aristocratie. De aristocraten die niet met
hun gezinnen werden vermoord, vluchtten het land uit en namen zo niet alleen
hun honden, maar de kynologische kennis mee. De nieuwe Sovjet Unie bleef zo
met een kynologische leegte zitten. Ook het aantal honden was heel erg
uitgedund.
Het Rode Leger kreeg de opdracht om een hond te fokken, die breed inzetbaar
was voor veel militaire doeleinden. Juist deze militaire doeleinden zijn er debet
aan, dat er zo weinig van deze hond bekend is. Het fokprogramma van de nieuwe
hond is dan ook gebaseerd op honden, welke waren buitgemaakt op de
Duitse Leger ten tijde van de oorlog. Het is dan ook niet zo verwonderlijk, dat
enkele Duitse rassen aan de basis staan voor de Zwarte Rus.
Het nieuwe ras moest groot en sterk genoeg zijn, om zware lasten te kunnen
verplaatsen. Ontzag inboezemen. Bestand zijn tegen de enorme klimatologische
en topografische verscheidenheid van de toenmalige Sovjet-Unie. Het Rode
Leger had een allrounder nodig; een hond die alle gewenste eigenschappen in
een groot, sterk en gezond lichaam herbergde. De hondenspecialisten van
de “Rode Ster Kennels” maakten een lijst met alle gevraagde eigenschappen van
de nieuw te fokken hond. Hij moest zowel de hitte van het zuiden als de ijzige
koude van het noorden kunnen doorstaan. Hij moest groot zijn, maar ook
atletisch en wendbaar. Zeer waakzaam, zonder in het wilde weg om zich heen
te gaan bijten. Bovendien moest hij snel af te richten zijn.
De Rode Honden mannen begonnen met een prototype, waaraan de
Riesenschnauzer, de Rottweiler en de Airedale Terriër hun bijdrage leverden.
De Airedale gaf zijn uithoudingsvermogen, gehoorzaamheid en zijn temperament;
de Rottweiler zijn stevige bouw en fysieke kracht. Van de Riesenschnauzer kreeg
hij zijn grootte en felheid.
Deze honden werden niet zomaar op elkaar losgelaten, maar in een uitgekiend
fok programma met elkaar gekruist. De nakomelingen werden weer met elkaar
gekruist en daarna mochten ook andere rassen een duit in het zakje doen:
Newfoundlander, Duitse Staande Draadhaar, Laika, Kaukasische Owtcharka,
Moskouse Retriever en nog wat andere. In totaal werkten een twintigtal rassen
mee aan dit bouwpakket, dat na tientallen jaren fokken, experimenteren en
selecteren de Tchiorny Roesky (Zwarte Rus) opleverden.
Door gericht te fokken en een strenge selectie op de fokdieren toe te passen
ontwikkelden de eerste kruisingsproducten zich tot de geweldig mooie en
stoere honden van nu.