© Charovayka 2011
4 november 2011 Peter Smeets
De Zwarte Russische Terriër is dus op een zeer ongewone manier gefokt,
maar gelukkig is hij een doodgewone hond. Een beetje groot misschien.
Op straat loop je met een opvallende verschijning aan je zijde; een ruim
45 kilo wegende, meer dan 70 centimeter hoge kanjer.
De Zwarte Russische Terriër heeft een zwaar skelet met goed ontwikkelde
bouw en een massieve bespiering. Een strakke elastische huid zonder
plooien of wammen.
De hoogte van de reu is 68 tot 74 centimeters; van teven is de hoogte
64 tot 70 centimeters.
De vacht is dicht aangesloten, draadachtig en licht golvend.
Het 4 tot 10 cm. lange bovenhaar bedekt het hele lichaam van de hond.
De vacht is goed ontwikkeld en vormt op de kop wenkbrauwen en baard,
het z.g. garnituur. De kleur is zwart of zwart met enkele grijze haren.
De kop is harmonisch in verhouding met de rest van het lichaam. Hij is
tamelijk smal in het schedelgedeelte, met ronde maar niet te sterk
ontwikkelde jukbeenderen. Hij heeft een vlakke schedel, de stop voelbaar
doch niet te sterk. De schedellijn loopt parallel met de neusrug, die iets
korter is. De sterke snuit eindigt in een stompe neus.
Baard en baardharen geven de snuit een vierkante vorm. De lippen zijn
vlezig en liggen kort aan.
De Zwarte Russische Terriër beweegt makkelijk, vrij en harmonisch.
De draf en de galop zijn karakteristieke gangen. In draf bewegen zijn
ledematen correct; uit zijn gangwerk blijkt zijn zelfvertrouwen en kracht.
De rug en de nierstreek bewegen elastisch mee. Schoft en lendenen blijven
bij de draf op een lijn. Zijn verschijning is opvallend, en hij presenteert zich
heel zelfverzekerd en hij is alert op zijn omgeving.